HET DAL

hetdal

Elke keer als ik eraan begin blijkt het dal te groot. Het papier waar het op moet is maar een snipper in het groene geheel. Gelukkig staan mij allerlei trucjes ter beschikking om het erop te krijgen. Die pas je zó toe dat het geen trucjes meer lijken. Dat is de kunst: perspectief zonder hulplijnen.

Perspectief brengt de verte naar het platte vlak, heft het verschil op tussen liggen en staan. Want de verte ligt en het platte vlak staat, op je veldezel, vlak voor je neus. Het leuke van het dal is dat het je in dat staan een beetje tegemoet komt. Ik kijk tegen een helling aan die voor me oprijst als een gigantisch plat vlak. Maar niet heus, want die richel daar in de hoogte, niet meer dan een gekartelde lijn, blijkt de rotsige rand te zijn van een weide waarop koeien grazen, een grazige traptrede naar een nóg platter lijkend vlak, namelijk dat van een onbegroeide rotswand.

Tekenen is reizen met je oog. Is in een vlak landschap het eind van die reis ongeveer 5 kilometer gaans, namelijk precies tot aan de horizon, dat heb ik opgezocht; in het bergland is dat, afhankelijk van de grootte van berg en dal al gauw veel meer. Richt je je blik ’s nachts bij heldere hemel – en die heb je nog in dit dal – recht omhoog, dan is het eind pas bereikt na ongeveer 5000 lichtjaren. Ook dat heb ik opgezocht. Hoe langer de reis van het oog, hoe haastiger het kijkt, hoe minder we zien.

Ik houd meer van details dan van het totaal. Details zijn pauzeplaatsen in de reis van het oog. Ze staan niet op zichzelf, zoals een wegrestaurant niet op zichzelf staat, het maakt zich maar ten dele los van het razende verkeer. Het blijven delen van het grote geheel.

Details zijn niet alleen in de ruimte bescheiden, ook in ons hoofd. Ze stellen weinig eisen aan je, ze willen eigenlijk alleen maar gezien worden. (Om ze te begrijpen heb je het grote geheel nodig) En daar is het mij om begonnen. In dit dal lukt het me soms om een tijdlang voor iets aandacht te hebben zonder het belang van de hoofdzaak op me te voelen drukken. Die aandacht bevalt me zó goed dat ik zo lang mogelijk over mijn tekening probeer te doen. Maar het moeten wel details blijven die ik teken, dat wil zeggen, ik moet ze wel deel laten blijven van een groter geheel. Weet je nog hoe we vroeger als schoolkind van onszelf een detail maakten, als we bij het boekenkaften voor school op het etiket onder onze naam ons adres schreven, met daaronder je land, je werelddeel, en daaronder ‘wereld’ en tenslotte daaronder ‘heelal’. In kringen verwijdde zich de wereld om jouw almaar krimpende nietigheid. Het was de eerste vormgeving van jouw besef van oneindigheid. Met jouzelf natuurlijk als middelpunt.

Als ik ’s avonds in het dal naar de sterrenhemel kijk, word ik overvallen door wat ik maar het boekenkaftgevoel noem. Ik word almaar kleiner, terwijl het heelal uitdijt. En om me heen kijkend zoek ik houvast, is het dal als een handpalm waarin de sterren liggen die er ooit in vielen: de verlichte vensters van de schaarse boerderijen. Daarachter zit men om de keukentafel, weet ik, zoals bij mijn gastheer, waar ik me weer bij het gezelschap voeg om nog een laatste glas te drinken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.